Verder Bladeren
Naar Top
Terug Bladeren
 
 
 

W1. In art. 5 zijn 2 criteria opgenomen, zijn ze beiden van belang?

Ja, beide criteria zijn van belang bij elke situatie. Zowel het ene als het andere moet voldoen om binnen het toepassingsgebied te vallen.

Dit wil zeggen dat er steeds gekeken moet worden naar het aantal wooneenheden/ kamers in combinatie met het aantal niveaus waar de toegangsdeuren tot deze wooneenheden/ kamers zich situeren.

Indien men dus niet voldoet aan een van de twee voorwaarden (aantal wooneenheden/kamers of aantal niveaus) valt men steeds buiten het toepassingsgebied ven de verordening.

Voorbeeld 1: Een gebouw met 15 wooneenheden. De toegangsdeuren zijn gelegen op gelijkvloers en 1e verdieping. Het valt niet onder het toepassingsgebied.

Voorbeeld 2: Een gebouw met 4 wooneenheden. De toegangsdeuren zijn gelegen op gelijkvloers, 1e en 2e verdieping. Het valt niet onder het toepassingsgebied.

Voorbeeld 3: Een gebouw met 15 wooneenheden. De toegangsdeuren zijn gelegen op gelijkvloers, 1e en 2e verdieping. Het valt onder het toepassingsgebied.
 

 
 
 

W5. Een gebouw met op het gelijkvloers een commerciële ruimte en op de 3 hogere verdiepingen toegangsdeuren tot min. 6 wooneenheden?

Sinds 01/01/2013 is de overgangsmaatregel verlopen.

Een gebouw met minstens zes wooneenheden moet wanneer de toegangsdeuren tot wooneenheden gelegen zijn over meer dan twee niveaus volledig  voldoen. De gemeenschappelijke delen, inclusief de publieke zijde van de toegangsdeuren tot elke wooneenheid, moeten voldoen aan de verordening.

Figuur die weergeeft wat moet voldoen bij een gebouw met op het gelijkvloers een commerciële ruimte en op de 3 hogere verdiepen min. 6 meergezinswoningen.

 

Een gebouw met op het gelijkvloers een commerciele ruimte en op de 1e en 2de verdieping wooneenheden.
Groen: regelgeving van toepassing
Grijs: regelgeving niet van toepassing
Blauw: commerciële functie

Voor de commerciële ruimte (blauw) zijn er andere bepalingen. Deze moet apart bekeken worden in functie van de toepassing van artikel 3 (blauwe zone onderaan in de figuur).

 
 
 

W7. Een meergezinswoning met verschillende toegangen: wat zijn de regels?

Voor het bepalen van het toepassingsgebied moeten de wooneenheden van alle gebouwen die één fysiek aansluitend geheel vormen samengeteld worden, ondanksde aanwezigheid van verschillende toegangen.

Wanneer het gaat om een meergezinswoning die moet voldoen aan de verordening, moet het volledige gebouw toegankelijk zijn. Waneer er meerdere toegangen (aparte trappenhalen) aanwezig zijn, met een gescheiden circulatie voor aparte delen van het gebouw, kan de context van het gebouw een verschillende uitkomst geven over de toepassing van de normbepalingen.

We illustreren dit met een aantal voorbeelden.

Voorbeeld 1: Bij onderstaande figuur gaat het om één gebouw met min. zes wooneenheden en toegangsdeuren tot wooneenheden over meer dan twee niveaus. Elk van de delen van het gebouw hebben bovendien een aparte toegang met toegangsdeuren tot wooneenheden over meer dan twee niveaus. Het volledig gebouw en elke circulatieas moet voldoen aan de normbepalingen.

Figuur geeft weer wat er moet voldoen bij een meergezinswoning met verschillende toegangen.
Groen: regelgeving van toepassing
 

Voorbeeld 2: Bij onderstaande figuur gaat het om één gebouw met min. zes wooneenheden en toegangsdeuren tot wooneenheden over meer dan twee niveaus. Hoewel ze onderling verschillen in aantal niveaus, zal ook hier elk deel van het gebouw een toegangsdeuren tot wooneenheden over meer dan twee niveaus.Het volledig gebouw en elke circulatieas moet voldoen aan de normbepalingen.
Figuur geeft weer wat er moet voldoen bij een meergezinswoning met verschillende toegangen.
Groen: regelgeving van toepassing

Voorbeeld 3: Bij onderstaande figuur gaat het om één gebouw met min. zes wooneenheden en toegangsdeuren tot wooneenheden over meer dan twee niveaus.Het rechterdeel van dit gebouw heeft slechts toegangsdeuren over twee niveaus. Voor het deel van het gebouw dat toegangsdeuren tot wooneenheden over twee of minder dan twee niveaus heeft, zijn de normebaplingen enkel van toepassing op het gelijkvloers.
toepassingsgebied bij meergezinswoningen met verschillende toegangen

Grijs: regelgeving niet van toepassing
Groen: regelgeving van toepassing

 
 
 

W6. Hoe zit het met groepswoningbouw?

De term groepswoningbouw werd sinds maart 2011 uit de verordening geschrapt. Elk woongebouw moet apart bekeken worden om het toepassingsgebied te bepalen, of er nu meerdere op één perceel gelegen zijn of niet.

We illustreren dit aan de hand van een voorbeeld van een gebouwencomplex dat uit vier aparte gebouwen bestaat:

  • De twee kleine gebouwen met minder dan drie niveaus met toegangen tot wooneenheden: deze worden elk apart bekeken en moeten niet voldoen aan de verordening.
  • De twee grotere gebouw met minstens zes wooneenheden met toegangsdeuren over meer dan drie niveaus: ook deze worden elk apart bekeken en vallen door hun omvang  volledig onder de toepassing van de verordening.

De figuur geeft het toepassingsgebied van de verordening weer na de overgangsbepaling bij groepswoningbouw.

Grijs: regelgeving niet van toepassing
Groen: regelgeving van toepassing

Let wel, voor de bepaling van de totale publiek toegankelijke oppervlakte zoals beschreven in art. 34 §2 moet je bij een dergelijk project (gebouwencomplex) wel de publiek toegankelijke oppervlakte berekenen. Hiervoor moeten de oppervlakten van alle gemeenschappelijke publiek toegankelijke delen, van elke van de vier gebouwen samengeteld worden.

 
 
 

W8. Vallen assistentiewoningen onder meergezinswoningen of onder welzijnsinstellingen?

Door de komst van het Woonzorgdecreet (2009) en de goedkeuring van het BVR betreffende de groepen van assistentiewoningen (in werking sinds 01/01/2013) worden nieuwe serviceflats nu ‘assistentiewoningen’ genoemd.

Voorheen was elk serviceflatgebouw per definitie een welzijnsinstelling. Dit is vandaag niet meer zo. Dit zorgt ook voor een andere benadering bij de regelgeving toegankelijkheid.

Voor het bepalen van het toepassinggebied van de Vlaamse verordening toegankelijkheid is het belangrijk om te weten of de groep van assistentiewoningen erkend is ja of neen:

  • Indien erkend: in dit geval is het gebouw een welzijnsinstelling en moet art.5, 3e alinea gevolgd worden voor de gemeenschappelijke delen en de toegangsdeuren tot elke kamer of woongelegenheid. Voor de private delen (kamer of woongelegenheid) legt het "Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de groepen van assistentiewoningen" bepalingen op. Dit kan je terugvinden op: www.zorg-en-gezondheid.be.
  • Niet erkend: in dit geval is het gebouw een meergezinswoning en moet art. 5, 1e alinea gevolgd worden voor de gemeenschappelijke delen en de publieke zijde van de toegangsdeuren tot elke wooneenheid.

Op termijn zullen de bestaande serviceflatgebouwen ook aan de bepalingen van de groepen van assistentiewoningen moeten voldoen. Voor meer informatie hierover kan je steeds terecht bij het Vlaams Agentschap zorg en gezondheid ( www.zorg-en-gezondheid.be ).

 
 
 

W9. Wat is vanaf 1 januari 2013 het toepassingsgebied voor meergezinswoningen?

Vanaf 1 januari 2013 moeten alle meergezinswoningen afgetoetst worden aan art.5, 1e en 4e alinea. Dit betekent voor:

  • Een meergezinswoning met 5 of minder wooneenheden en/ of met 2 of minder niveaus waarop toegangsdeuren tot wooneenheden gelegen zijn:
    • de verordening is niet van toepassing.
  • Een meergezinswoning met minstens 6 wooneenheden en meer dan 2 niveaus waarop toegangsdeuren tot wooneenheden gelegen zijn:
    • de verordening is van toepassing

De regels in functie van de verschillende toegangen en het bekijken van verschillende gebouwen binnen één aanvraag blijven ongewijzigd.
 

 
 
 

W10. Wat is vanaf 1 januari 2013 het toepassingsgebied voor kamerwoningen en studenten(gemeenschaps)huizen?

Vanaf 1 januari 2013 moeten alle kamerwoningen, studentenhuizen en studentengemeenschapshuizen afgetoetst worden aan art.5, 2e en 4e alinea. Dit betekent voor:

  1. Een kamerwoning, studenten(gemeenschaps)huis met 19 of minder kamers en/ of met 2 of minder niveaus waarop toegangsdeuren tot kamers gelegen zijn:
    • de verordening is niet van toepassing.
  2. Een kamerwoning, studenten(gemeenschaps)huis met minstens 20 kamers en meer dan 2 niveaus waarop toegangsdeuren tot kamers gelegen zijn:
    • de verordening is van toepassing

De regels in functie van de verschillende toegangen en het bekijken van verschillende gebouwen binnen één aanvraag blijven ongewijzigd.

 
 
 

W11. Wat is vanaf 1 januari 2013 het toepassingsgebied voor gezondheidsinstellingen met kamers of wooneenheden, welzijnsinstellingen met kamers of wooneenheden, internaten die onder de bevoegdheid vallen van het VAPH en strafinstellingen?

Vanaf 1 januari 2013 moeten alle gebouwen met deze functies afgetoetst worden aan art.5, 3e en 4e alinea. Dit betekent voor:

  • Een gebouw met 19 of minder wooneenheden of kamers en/ of met 2 of minder niveaus waarop toegangsdeuren tot wooneenheden of kamers gelegen zijn:
    • de verordening is niet van toepassing.
  • Een gebouw met 20 of meer wooneenheden of kamers en met 3 of meer niveaus waarop toegangsdeuren tot wooneenheden gelegen zijn:
    • de verordening is van toepassing

De regels in functie van de verschillende toegangen en het bekijken van verschillende gebouwen binnen één aanvraag blijven ongewijzigd.
 

 
 
 

W12.Wat wordt bedoeld met ‘publieke zijde van de deur’

Art. 5, 1e en 2e alinea maakt melding van een toepassingsgebied voor meergezinswoningen ‘… met inbegrip van de publieke zijde van de toegangsdeuren tot elke wooneenheid.’.

In deze situatie zijn de volgende normen van toepassing:

  • Er is een vrije draairuimte t.h.v. de gemeenschappelijke delen
  • Er is een zijdelingse opstelruimte t.h.v. de gemeenschappelijke delen
  • Er is een voldoende vrije doorgangsbreedte en – hoogte ter hoogte van de deur

De deur(opening) vormt in dergelijke types gebouwen in de meeste gevallen de grens tussen het publieke en private deel. In navolging van de principes inzake ruimtelijke ordening, kan ook de regelgeving toegankelijkheid geen normen opleggen in een private woonomgeving.

Art. 5 Bij handelingen aan meergezinswoningen, waarbij de constructie na de handelingen toegangsdeuren tot wooneenheden bevat op meer dan twee niveaus en minstens zes wooneenheden bevat, is dit besluit van toepassing op de nieuw te bouwen, te herbouwen, te verbouwen of uit te breiden gemeenschappelijke delen, met inbegrip van de publieke zijde van de toegangsdeuren tot elke wooneenheid. Voor die gebouwen, die uit verschillende aansluitende delen bestaan, zijn de bepalingen van de verordening die gelden voor de verdiepingen en voor de trappen naar andere niveaus alleen van toepassing op de onderdelen die toegangsdeuren tot wooneenheden op meer dan twee niveaus hebben

Bij handelingen aan kamerwoningen, studentenhuizen en studentengemeenschapshuizen, waarbij het gebouw toegangsdeuren tot kamers bevat op meer dan twee niveaus en, na de handelingen, minstens twintig kamers bevat, is dit besluit van toepassing op de nieuw te bouwen, te herbouwen, te verbouwen of uit te breiden gemeenschappelijke delen, met inbegrip van de publieke zijde van de toegangsdeuren tot elke kamer. Voor die gebouwen, die uit verschillende aansluitende delen bestaan, zijn de bepalingen van de verordening die gelden voor de verdiepingen en voor de trappen naar andere niveaus alleen van toepassing op de onderdelen die toegangsdeuren tot wooneenheden op meer dan twee niveaus hebben.

 

Zoeken
  Admin
disclaimer   •   een Holoncom Xtrasite   •    Inloggen