Verder Bladeren
Naar Top
Terug Bladeren
 
 
 

Voorbehouden parkeerplaats in een notendop

Aanbevelingen:

  • Aantal voorbehouden plaatsen is afhankelijk van het totale aantal parkeerplaatsen:
    • 1 t/m 4 parkeerplaatsen: minimum 1 aangepast
    • 5 t/m 100 parkeerplaatsen: 6% aangepast en voorbehouden, met een minimum van 1
    • Meer dan 100 parkeerplaatsen: per schijf van 50 parkeerplaatsen boven de 100 is er 1 extra aangepaste en voorbehouden parkeerplaats
  • Zo dicht mogelijk gelegen bij de toegang tot het gebouw:
    • op maximaal 25m van de toegang
    • goede aansluiting met toegangspad of lift
  • Basisafmetingen:
    • Dwarsparkeren:
      • Breedte minimaal 350cm
      • Lengte bij voorkeur minimaal 500cm
      • Alternatieve optie bij aanwezigheid van beperkte ruimte: voorzie aan 1 zijde van een standaardplaats of tussen 2 standaardplaatsen in een gearceerde vrije strook van 150cm breed
    • Schuinparkeren:
      • Ingeschreven rechthoek van minimaal 350x500cm, bij voorkeur minimaal 350x600cm
    • Langsparkeren:
      • Lengte minimaal 600cm
  • Markering:
    • Inkleuring oppervlakte parkeervlak 2 mogelijkheden:
      • Binnen de witte randmarkering die de parkeerplaats afbakent, een gemarkeerde blauwe rand
      • Binnen de witte randmarkering die de parkeerplaats afbakent, wordt de zone van de parkeerplaats blauw ingekleurd
    • Internationaal Toegankelijkheidssymbool (ITS) op het oppervlak aangeduid
  • Signalisatie:
    • Officieel verkeerbord E9a in combinatie met het Internationaal Toegankelijkheidssymbool (ITS)
    • Onderhoogte signalisatiebord 210cm
  • Ondergrond:

Uitgebreidere informatie en meer aanbevelingen met betrekking tot parkeren op het publieke domein zijn opgenomen in het ‘Vademecum toegankelijk publiek domein’.

Lees het vademecum toegankelijk publiek domein. (nieuw venster)

Regelgeving:

Art. 27 van de ‘Stedenbouwkundige Verordening betreffende Toegankelijkheid’ heeft betrekking op voorbehouden parkeerplaats.

Lees artikels 27

 
 
 

Inplanting

Voorbehouden plaatsen liggen zo dicht mogelijk bij de toegang van het gebouw. De loopafstand is zo kort mogelijk, op maximum 25m van de toegang.  Bij grotere evenementen of gebouwen (voetbalstadia, expohallen,…) is de loopafstand maximum 100m.

Om te zorgen dat personen met een beperking kunnen rekenen op een bruikbare parkeerplaats in de directe nabijheid van hun bestemming, moet 6 % van het totale aantal parkeerplaatsen voorbehouden zijn (met een minimum van één).

Deze parkeervoorzieningen sluiten goed aan op het toegangspad.

Looproutes tussen parkeerplaatsen of op de parkeerterreinen zijn goed aangeduid en veilig in gebruik. Eventueel zijn de verschillende zones door paaltjes of borstweringen gescheiden.

Indien er meerdere toegangen tot een gebouw aanwezig zijn of indien er meerdere gebouwen op het terrein zijn, worden deze parkeerplaatsen gelijkmatig gespreid over de verschillende toegangen of gebouwen.

Gouden kruispunt Tielt-Winge - parkeerplaats bij de toegang gelegen

Voorzie de voorbehouden plaatsen niet midden in een parkeerstrook, maar aan de buitenzijden. Zo zijn ze makkelijker bereikbaar en vormt insluiting door andere gebruikers geen knelpunt.

Lees de aanbevelingen voor (loop)routes.

 
 
 

Vormgeving en afmetingen

Voorbehouden parkeerplaatsen zijn goed bruikbaar door rolstoelgebruikers. De afmeting en vormgeving van de parkeerplaatsen zijn hierop afgestemd.

De afmetingen van de parkeerplaatsen worden bepaald door de breedte en lengte van een gemiddelde wagen, aangevuld met de ruimte die nodig is voor het maken van een vrije draaicirkel.

Tekening voorbehouden parkeerplaats

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Om in- en uit te de wagen te kunnen stappen, moet een rolstoelgebruiker zowel aan de zijkant van de wagen als aan de achterzijde kunnen manoeuvreren. Tevens kan men best rekening houden met de ruimte die nodig is voor het gebruik van liftsystemen.

Bij dwars- of schuinparkeren (dwars of schuin op de rijrichting) is de breedte van de parkeerplaats het belangrijkst, omdat de parkeerplaats in dat geval een zijdelings ingesloten ruimte omvat.

Tekening schuine voorbehouden parkeerplaats

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bij langsparkeren (mee met de rijrichting) is de lengtemaat cruciaal, omdat de parkeerplaats aan de achterzijde ingesloten wordt. Een beperking bij langsparkeren is echter dat men de vrije ruimte aan beide zijden van de wagen (bestuurder en passagier) niet kan verzekeren. 

De voorkeur gaat dus uit naar dwars- of schuin parkeren. Zo is men er zeker van dat de parkeerplaatsen voldoende breed zijn voor een optimaal gebruik.

Veel aangepaste wagens zijn geen standaardmodellen. Ze zijn breder en hoger naargelang hun interne aanpassing. Een vrije hoogte van 210cm na afwerking is een minimum. Structureel moet dan ook een grotere hoogte aanwezig zijn, namelijk 230cm. Deze vrije hoogte is ook belangrijk voor de hoogte van inrijpoorten van parkeergebouwen.

 
 
 

Alternatief voor beperkte ruimten

Niet overal is er evenveel vrije ruimte voor parkeren. Voor een beperkte ruimte kan een alternatief geboden worden.

Aan één zijde van de parkeerplaats of tussen twee standaard parkeerplaatsen wordt een gearceerde vrije strook voorzien (waar men niet mag parkeren). Deze vrije ruimte zorgt ervoor dat er voldoende manoeuvreerruimte is om de wagen in- of uit te stappen.

Tekening alternatieve voorbehouden parkeerplaats

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een gebruiker kan in deze situatie kiezen of hij vooruit of achteruit parkeert, afhankelijk van de zijde waar hij manoeuvreerruimte nodig heeft (passagier of bestuurder).

Een strook kan door beide parkeerplaatsen gebruikt worden

Een dergelijke vrije strook kan dus dubbel gebruikt worden door beide parkeerplaatsen, maar ook door voetgangers als veilige loopzone.

 
 
 

Uitrusting van de parkeerplaats

Ondergrond

Parkeerplaatsen moeten net zoals de (loop)routes op een terrein vlak, stroef en rolstoelvast zijn.

De ondergrond is belangrijk omdat extra handelingen moeten uitgevoerd worden. Een rolstoel moet bijvoorbeeld stevig naast de wagen kunnen geplaatst worden voor een transfer, personen die minder vlot kunnen lopen hebben een stevige, vlakke ondergrond nodig, enzovoort.

Voor de afwatering en dus om plasvorming en ijsvorming te voorkomen, wordt aangeraden de parkeerzone licht hellend (maximaal 2%) uit te voeren. Deze beperkte helling wordt best ingewerkt in de aanleg van het volledige terrein zodat plotse overgangen vermeden worden.

Voorbehouden parkeerplaats met goede ondergrond en aansluiting op toegangspad

Ook de aansluiting met het toegangspad, de oversteken van randen of borduren en de overgang van de rijzone naar het voetpad moeten correct opgevangen worden. De aanbevelingen rond toegangspaden  zijn ook hier van toepassing.

Lees de aanbevelingen voor toegangspaden.

Lees de aanbevelingen voor materialen en afwerking

Signalisatie

De locatie van aangepaste of voorbehouden parkeerplaatsen is duidelijk herkenbaar. Indien nodig wordt zij mee opgenomen in de bewegwijzering.

De parkeerplaats is voorzien van signalisatie, zoals de wet voorschrijft. Het bord E9a met het Internationaal Toegankelijkheidssymbool (ITS) duidt aan dat de parkeerplaats voorbehouden is.

Borden moeten steeds voor (bij dwarsparkeren) of naast (bij langsparkeren) de parkeerplaats, op een zichtbare hoogte geplaatst worden.

Bord E9 met ITS symbool

Markeringen

Het oppervlak van de parkeerplaats is duidelijk omlijnd met een witte kleur. De ondergrond is bij voorkeur blauw. Het Internationaal Toegankelijkheidssymbool (ITS) wordt in witte kleur op de ondergrond aangebracht.

Volledig blauwe ondergrond

Een alternatieve markering kan ook uitgevoerd worden door het gebruik van twee lijnen, waarbij de buitenste lijn een witte en de binnenste lijn een blauwe kleur krijgt.

Bolderberg - voorbehouden parkeerplaats met blauw witte omranding

Deze markeringen zijn er vooral om andere gebruikers duidelijk te laten zien welke zone ze vrij moeten laten. Door de blauwe kleur worden de plaatsen ook gemakkelijker herkend als voorbehouden plaatsen.

 
 
 

Ondergrondse voorzieningen

Ondergronds parkeren vraagt voldoende vrije hoogte, zowel voor de inrijpoort als voor de hoogte van de ruimte. Hoge wagens mogen niet verhinderd worden de plaatsen te bereiken.

De ondergrondse parkeerplaats zelf wordt voorzien volgens de richtlijnen van een bovengronds gelegen parkeerplaats. Wel moet men rekening houden met plaatsverlies als gevolg van bijkomende structurele elementen zoals kolommen.

Rusthuis Domino - gemarkeerde loopzone ondergrondse parking

Er moet extra aandacht besteed worden aan de looproute van de parkeerplaats naar de lift. Ook sassen en gangen mogen geen knelpunt vormen. Deze routes moeten voor iedereen op een veilige manier bruikbaar zijn; signaleer deze loopzones, markeer ze, zorg voor een goede verlichting zodat ze herkenbaar zijn voor voetgangers en bestuurders.

Semi-private parkeervoorzieningen

Wanneer het gaat om parkeervoorzieningen met een ondergrondse bewonersparking (bv. bij groepswoningen), moeten ook deze worden voorzien van aangepaste parkeerplaatsen en kan is het aan te raden enkele plaatsen als comfortplaats te voorzien.

Indien er ook garageboxen aanwezig zijn, worden optimaal ook enkele van de boxen voldoende ruim voorzien, met aandacht voor een voldoende hoge inrijpoort.

Multifunctionaliteit en flexibele inzetbaarheid staat steeds voorop.

Lees de aanbevelingen voor comfortplaats.

 
 
 

Voorbehouden parkeerplaats in beeld

Zoeken
  Admin
disclaimer   •   een Holoncom Xtrasite   •    Inloggen