NL | FR | EN
Home

Handboek toegankelijkheid publieke gebouwen

Verder Bladeren
Naar Top
Terug Bladeren
 
 
 

Contrast

Contrast betekent letterlijk ‘tegenstelling’.

Als we de term contrast gebruiken dan kan dit betrekking hebben op heel wat verschillende aspecten: kleurcontrast, materiaalcontrast, textuurcontrast, …

Binnen de ruimtelijke context van een gebouw zullen we voornamelijk over contrasten spreken als we het enerzijds hebben over de afwerking van een gebouw  en zijn bouwelementen (materialen, kleuren van wanden, deuren, ..), anderzijds is het een belangrijk aspect van de signalisatie en bewegwijzering.

Kleurcontrast geeft aan dat kleuren elkaar kunnen versterken of verzwakken door de invloed die zij door de menselijk waarneming op elkaar hebben. Bepaalde kleuren die ten opzichte van elkaar gebruikt worden zullen bijvoorbeeld de route door een ruimte duidelijk versterken, andere helemaal niet. Kleurcontrast vergroot de zichtbaarheid van routes of objecten.

Materiaalcontrast heeft betrekking tot tegenstelling zoals de ruwheid, de zachtheid, de oppervlaktestructuur of de reflectie van het materiaal. Het gebruik van contrasterende materialen zullen we naast visuele contrasten ook voelbare contrasten kunnen realiseren.

Voor het overbrengen van een boodschap zoals op bewegwijzeringborden zullen tekst en symbolen vaak samengaan met een achtergrond in kleur. Het contrast zal hier gevormd worden door het verschil in helderheid tussen de tekens (letters en symbolen) en achtergrond.

Contrasten kunnen hard zoals bijvoorbeeld de kleuren zwart en wit of het gebruik van beton of gras voor de ondergrond van een pad. Daarnaast bestaan natuurlijk heel wat zachtere tussencategorieën die ook bruikbaar zijn. Grenswaarden zijn moeilijk vast te leggen, ze zijn steeds afhankelijk van de ruimtelijke context, natuurlijke lichtinval of kunstmatige verlichting, … Ze dienen dan ook steeds op een specifiek project afgestemd te worden.

Het contrast kan in praktijk gemeten worden door een (spectro)colorimeter en beoordeeld worden aan de hand van de reflectiecoëfficiënte tussen twee oppervlakken. Een zwart oppervlak reflecteert bijvoorbeeld minder licht dan een wit oppervlak met dezelfde afmetingen. Enkele reflectiecoëfficiënten die voor bepaalde oppervlakken aanbevolen worden zijn onder andere:

  • Plafonds: 0,7 tot 0,85
  • Wanden in de buurt van een lichtbron: 0,5 tot 0,7
  • Andere wanden: 0,3 tot 0,5
  • Vloeren: 0,05 tot 0,3
  • Meubilair: 0,25 tot 0,6

Bron technische gegevens:
WTCB-dossiers –Katern nr. 2 – 2e trimester 2005
WTCB-contact nr. 23 (3-2009) - Verlichting en contrast voor personen met een visuele beperking

Zoeken
  Admin
disclaimer   •   een Holoncom Xtrasite   •    Inloggen